Een meeuw krijste.
Ik haastte me het café in. Achter de Ruygrok-bar scharrelde een dametje in een zwart schort rond. Veel had ze niet te doen; slechts één tafeltje was bezet.
‘Goedemorgen,’ zei ze overdreven luid. ‘Wat kan ik voor u inschenken?’
Als ik niet beter wist, dacht ik dat ik achterlijk was. Dat denk ik sinds ik een kind heb. De imbeciele nieuwsbrieven, tijdschriften en Google Adwords vliegen mij om de oren. Vrouwen die moeder worden, verliezen en passant een IQ-punt of vijftig – dat lijkt de heersende opvatting. Meestal lukt het me die onzin te negeren, maar soms dringt de idiotie zich aan me op.
Nu de linnen jurkjes en mouwloze rompertjes eindelijk de hoogste kast in kunnen, ga ik er weer aan. Aan het schrijven, het échte schrijven. Ik maakte er de laatste maanden geen tijd voor, druk als ik was met geld verdienen. Opdrachten landden op mijn schoot als goudomrande herfstbladeren, en ik zei ja.
Sarah gaat een maand weg en ze bakte mij een cake. Ik weet niet zo goed wat het verband tussen die twee zinsdelen is, vandaar dat flauwe ‘en’. Mijn vermoeden: de oppas van mijn dochter bakte die cake omdát ze weggaat. “Voordat ik vertrek,” zei ze na haar laatste oppasbeurt, “kom ik nog even een zelfgemaakte cake brengen.”
Pagina 11 van de Volkskrant was vrijdag bedrukt met één woord: morgen. Twee pagina’s verderop stond hetzelfde, met daarbovenop in transparante letters: morgen is vandaag.
Ik werd wakker en dacht meteen aan seks.
Eigenlijk wilde ik dit stukje als volgt beginnen:
Op Art Amsterdam trakteerde ik op een harde wener. Dat is volgens de Van Dale een soort raskonijn; mij doet het eerder denken aan een stijve jongeheer. Het bleek een fijn, rond gebakje. Met zo’n genot zou ik raskonijn noch jongeheer ooit verslinden. Mijn vriendinnetje C. al helemaal niet – zij had, ocharme, last van plankenkoorts.
Nu ik mijn kleine baby af en toe kan uitbesteden, beklim ik voor het eerst in maanden de trappen naar mijn schrijvershol. Haast alles is hetzelfde gebleven. Op het tapijt heeft zich een nieuwe vlek gevormd, waarvan niemand het fijne weet. Mijn bureaustoel is zoek, en vervangen door een nog krakkemikkiger exemplaar. En de keukenhanddoeken ruiken naar natte skisok – alsof ze al die tijd al op de radiator hangen (maar dat is volkomen ondenkbaar).
En – klik – weer €61,35 armer. Ik, hormonaal? Bepaald niet: de Milk Trays zijn handig, zó handig dat €26,95 (exclusief verzendkosten) echt helemaal niéts is.
Pas als tram 2 haar gezichtsveld doorklieft, beseft ze dat ze zat te staren naar de luifel van POMPIDOU – RESTAURANT – WIJNBAR. Er zit mos op de luifel. Het ding gaat dan ook nooit dicht, en het restaurant nooit open. Des te beter: Pompidou serveert ‘panchetta’ en ‘truffelcréme’, en daar kan ze niet tegen.