De bel gaat. Vanuit haar kamer begint Liselotte te krijsen. Ik vloek, ren naar de intercom en hoor: ‘Mevrouw Gordts?’
Op het scherm van de intercom verschijnt een brilomrand oog. Erboven een stukje pet, eronder een stukje snor. Geen pakketbezorger: te oud, te autochtoon. Pakketbezorgers checken ook niet of je bent wie je zou moeten zijn – meneer of mevrouw, kan hen het schelen.
Ik verwacht trouwens geen pakketjes.
‘Ja?’
‘Mevrouw Gordts,’ zegt de keurige stem. ‘Wij willen in gesprek met mensen op zoek naar waarheid in deze leugenachtige wereld.’
‘Wij willen met hen praten over God.’


